Overdenkingen‎ > ‎

Een nieuw begin

Geplaatst 26 jan. 2015 04:30 door Website Manager
Onderstaande overweging werd door ds. Eric Cossee uitgesproken op 11 januari, de eerste dienst van het nieuwe jaar 2015. De recente terroristische aanslagen appelleren aan een oerangst, die de mensheid al kent sinds onheuglijke tijden. Een oerangst, gevoed door natuurrampen, oorlogen en geruchten van oorlogen. Het zondvloedverhaal (Genesis 6, 7 en 8) leert ons hoe deze oerangst te boven te komen. Het getuigt van een onblusbaar geloof in een nieuw begin.

Een nieuw begin (Openbaring 1:5a)

‘Een nieuw begin’. Het is de titel van de plastiek die hier voor U op de Avondmaalstafel staat.
Een fraai bronzen kunstwerkje dat ik van vrienden bijna zes jaar geleden bij mijn afscheid van Rotterdam mocht ontvangen. Zij gunden ons een nieuw begin: niet meer werken, meer tijd voor jezelf, leuke dingen gaan doen. Maar de motor draaide nog een aantal jaren door; ook het werken in deeltijd bleef mijn volle aandacht vragen. Bovendien slokten familieproblemen al onze energie op met alle vragen van vroeger die daarmee weer boven kwamen. Een nieuw begin, hoezo een nieuw begin? Bestaat dat eigenlijk wel, een nieuw begin, blijven wij niet altijd door duistere banden aan ons verleden gekluisterd? Als wij inderdaad ‘ons brein zijn’ dan is volgens Dick Swaab heel ons doen en laten al sinds de baarmoeder vastgelegd.

Toch willen wij mensen daar niet aan. Wij blijven zoeken naar een nieuw begin. Ons leven kan toch niet opgaan in een herhaling van zetten? De Bijbel getuigt veelvuldig van de mogelijkheid van een nieuw begin. Het leven dat terugkeert na de zondvloed. Het volk Israel dat het beloofde land binnentrekt. De profeten die getuigen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, de evangelist Johannes: ‘in den beginne was het Woord’, de apostel Paulus: ‘zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping’, de Openbaring: ‘zie ik maak alle dingen nieuw’. Voor wie werkelijk kan geloven, lijkt de mogelijkheid van een nieuw begin bestaanbaar, maar wat te doen als het geloof ‘uit je leven is weggesijpeld’? 

In zijn fascinerende boek Ararat stelt de schrijver Frans Westerman zich de vraag waarom de godsdienstigheid van zijn jeugdjaren ‘uit zijn leven is weggesijpeld’. Hij schrijft: ‘Het weten, waarmee ik me graag had laten injecteren was gaan werken als een serum tegen het geloven; toch ben ik geen atheist’. Wel brak hij bewust met de kerk. Na lezing van het Gilgamesj-epos, waarop ‘ons’ zondvloedverhaal mede is geïnspireerd, had hij ‘met terugwerkende kracht’ de dominee bij wie hij belijdenis deed, ter verantwoording willen roepen. Eigenlijk had hij maar een vraag: welke autoriteit bezit het Woord van God als dat een bewerking is van heidense teksten? Westerman was kwaad en teleurgesteld.

Toch laat de vraag naar de verhouding van religie en wetenschap hem niet los. Bij een van zijn vroegere leermeesters krijgt hij een boek in handen, getiteld De zondvloed – in het licht van de Bijbel, de geologie en de archeologie. Ofschoon zijn oude leermeester dit boek afdoet als het werk van een godsdienstfanaat die de wetenschap dwarsboomt, laat Westerman De Zondvloed als een kostbare buit in zijn tas glijden. Zouden de resten van de ark van Noach, die naar Genesis 8 op de berg Ararat is vastgelopen alsnog de historiciteit van dit verhaal kunnen ‘bewijzen’? Of dienen wij Bijbelverhalen op een andere wijze te verstaan? Westerman besluit de Ararat ooit te gaan beklimmen, als een manier om zich ervan te vergewissen of de ratio de enige mogelijkheid is om op te vertrouwen als het er op aankomt.

Intussen is Westermann vader geworden van dochtertje Vera. Sinds hij zich aan het schrijven is gaan wijden, heeft hij een groot ontzag gekregen voor het woord (met een kleine letter). Ik citeer: ‘Als ik mezelf een biecht kon afnemen, zou ik toegeven dat ik mijn heil was gaan zoeken in het woord (zonder hoofdletter) en niet meer in het Woord. […] Ik kon me vinden in Johannes 1:3, als je tenminste de hoofdletter wegdacht: “Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is”. In het paradijs had Adam namen mogen geven aan het vee, het gevogelte des hemels en het gedierte des velds: dit hoorde bij het scheppingsverhaal. Benoemen was scheppen. Herbenoemen herscheppen’. Einde citaat. 

Westerman beschrijft dan, hoe hij ademloos luisterde toen zijn dochtertje Vera haar eerste woordjes begon te brabbelen. In een schrift hield hij het verloop bij van haar uitingen in taal, om dichter bij de bron van de woorden te komen. Zijn fixatie op het woord bracht hem ook terug bij de Bijbel zelf. Bij herlezing was hij minstens zo onder de indruk als vroeger, met dit verschil: hij was de Schrift gaan lezen als literatuur. Hij komt dan tot de ontdekking dat ‘taal geen geschikt instrument [is] om de ingewanden van het mysterie bloot te leggen – een pen is geen scalpel. Door te schrijven kon je de reikwijdte van de menselijke kennis […] ontstijgen. Je kon er het raadsel mee vergroten, of er ontzag voor opwekken’. Einde citaat.

Welnu, dat laatste heeft Westerman met zijn boek Ararat gedaan. Met virtuositeit en eruditie beschrijft hij de betekenis van de Ararat door de eeuwen heen voor de omringende culturen. Adembenemend is hoe hij de uiteindelijke beklimming – op 60 meter na – heeft volbracht. De top werd wel gezien maar niet bereikt, wilde de ploeg beklimmers een opkomende sneeuwstorm voor zijn om de weg nog terug te kunnen vinden. Maar wat het boek op bijna iedere bladzijde ademt, is ontzag voor het mysterie dat leven heet. In die zin is het wel een religieus boek geworden, al geeft ’t het geloof van vroeger niet terug. Dat is ook niet de bedoeling geweest. Het boek is een zoektocht naar wat er overblijft als de godsdienstigheid uit je leven is weggesijpeld.

Westerman heeft in zijn fascinerende roman doorvorst wat er doorvorst kan worden. Hij is langs de grenzen van de wetenschap gegaan. Uiteindelijk is het de taal, het woord, dat hem helpt de wetmatigheden van de wetenschap te ontstijgen in een ontzag voor het levensmysterie. Het geloof van zijn kinderjaren heeft hij afgezworen. Er is iets nieuws voor in de plaats gekomen: verwondering en ontzag. Ontzag ook voor de scheppende kracht van de taal, van het woord met kleine of grote letter. In de ontwikkeling van zijn dochtertje Vera, haar gebrabbel en haar eerste woordjes heeft hij werkelijk een nieuw begin ervaren. Zo is ook voor ons het gekraai van kleinzoon Stijn een verzoening met een soms pijnlijk verleden en een voorbode van een beloftevolle toekomst.

Dat nieuwe begin, die scheppende kracht van het woord, is voor mij het grootste wonder dat wij steeds opnieuw in de Bijbel tegenkomen. Beelden kunnen daarbij ondersteunend zijn. Zo is dat beeld van de duif met de olijftak uit Genesis 8 symbolisch geworden voor het nieuwe leven dat doorbrak na de vernietiging van de zondvloed. Een symbool dat de doopsgezinde vredesgedachte diende, maar ook in een stad als Rome, die boordevol is van symboliek, kom je steeds het duifje met het olijtaksken tegen. Toen ik daarover mijn ontroering uitte aan mijn vrouw, kwam zij met de prozaische mededeling dat dit het familiewapen van paus Innocentius X is, die overal zijn belangrijkheid in kerken en paleizen, fonteinen en wat al niet meer zo nodig vertoond wilde zien. 

Hoe dan ook, de duif met de olijftak staat voor een nieuw begin. De fraaie plastiek die hier voor ons staat toont ons weliswaar de mens, die zich hoopvol uitstrekt naar een nieuwe toekomst, maar iets van het olijftakje ontbreekt ook hier niet. De andere boog van dit beeldje, die de mens houvast biedt in zijn reiken naar nieuwe mogelijkheden, vertoont de vegetatieve symbolen van een takje, met bladnerven en al. Wat een geluk dat een beeld tot ons gaat spreken, als het ons verwijst naar ervaringen van een nieuw begin. Die weg blijft altijd openstaan, want God heeft de mens ‘aan het woord doen komen, om tussen werkelijkheid en dromen, getuige van zijn Geest te zijn. / Door een geheimenis omsloten, / door alle dingen uitgestoten, / gaat hij op alle dingen in. / Alleen Gods woord geeft aan zijn falen, / zijn rustloos zoeken en verdwalen / een onuitsprekelijke zin’. 

Amen.
Comments