Remonstrantse belijdenis

Wat remonstranten met elkaar verbindt is hun instemming met de Beginselverklaring.
Deze korte verklaring spreekt uit, dat de Remonstrantse Broederschap een geloofsgemeenschap is ‘die, geworteld in het evangelie van Jezus Christus en getrouw aan het beginsel van vrijheid en verdraagzaamheid, God wil eren en dienen’. 
Daarnaast hebben de remonstranten op enkele momenten in hun geschiedenis hun geloofsverwantschap in een belijdenis tot uitdrukking gebracht (in 1621 en in 1940).
Dat geen enkele belijdenis een onweersprekelijk gezag bezit, is naar remonstrants inzicht vanzelfsprekend.  
De bedoeling kan geen andere zijn dan ‘in voorzichtigheid en liefde de weg te wijzen en voor te lichten’ (aldus het voorwoord van de belijdenis van 1621, aangehaald in 1940).  
In deze geest en met deze bedoeling heeft het Convent van remonstrantse predikanten in 2006 de belijdenis opgesteld die hiervoor is weergegeven.  
Deze belijdenis is vervolgens aangeboden aan de Algemene Vergadering van Bestuur en daarin op 10 juni 2006 met overweldigende meerderheid aanvaard.

Belijdenis

Wij beseffen en aanvaarden  
dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden,  
maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt;  
dat wij onze bestemming niet vinden in onverschilligheid en hebzucht,  
maar in wakkerheid en verbondenheid met al wat leeft;  
dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we hebben,  
maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.  
Door dit besef geleid, geloven wij in Gods Geest  
die al wat mensen scheidt te boven gaat  
en hen bezielt tot wat heilig is en goed,  
opdat zij, zingend en zwijgend,  
biddend en handelend,  
God eren en dienen.  
Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens,  
het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust.  
Hij had de mensen lief en werd gekruisigd   
maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij.  
Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed  
en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.  
Wij geloven in God, de Eeuwige,   
die ondoorgronde liefde is, de grond van het bestaan,  
die ons de weg van vrijheid en gerechtigheid wijst  
en ons wenkt naar een toekomst van vrede.  
Wij geloven dat wij zelf,   
zo zwak en feilbaar als wij zijn,  
geroepen worden om  
met Christus en allen die geloven verbonden,   
kerk te zijn in het teken van de hoop.  
Want wij geloven in de toekomst van God en wereld,  
in een goddelijk geduld dat tijd schenkt  
om te leven en te sterven en om op te staan,  
in het koninkrijk dat is en komen zal,  
waar God voor eeuwig zijn zal: alles in allen.  
Aan God zij de lof en de eer  
in tijd en eeuwigheid  

Amen
Comments